Protestantse Gemeente Sleen

Zondag ‘Oculi’
Derde zondag van de Veertigdagentijd
zondag 8 maart 2026(Sleen); 10:00uur

Lied vóór de dienst: NLB.188(Bij de Jacobsbron)

Welkom

Intredelied: Psalm voor deze zondag: Psalm 25:6,7
                                                                    (5 Wie heeft lust de HEER te vrezen)
                                                             (7  Gods verborgen omgang vinden)

Bemoediging & Groet

Morgenlied: NLB. 210:1,2 (1 God van hemel, zee en aarde)
                                           (2 Neem mijn dank aan, deze morgen)

Kyriëgebed

NLB.561:1,2,3 (1 O liefde die verborgen zijt)
                        (2 Hoe achtloos in ons midden . . .)
                        (3 De minsten van de mensen zijn)

Gebed voor we de Bijbel openslaan en lezen.

Kindermoment  - Lied van Mirjam en Micha (KND-leiding)

De Thora: Exodus 5:22-6:9,28-7:7

22 Toen wendde Mozes zich opnieuw tot de HEER en zei: ‘Heer, waarom behandelt U dit volk zo slecht? Waarom hebt U mij hierheen gestuurd? 23 Vanaf het moment dat ik bij de farao ben gekomen en hem in uw naam heb toegesproken, heeft hij het volk slecht behandeld. U hebt uw volk niet bevrijd – integendeel!’

Exodus 6:1-9:

1  Maar  de HEER antwoordde hem: ‘Nu zul je zien wat Ik de farao ga aandoen: Ik zal hem met harde hand dwingen mijn volk te laten gaan, hij zal het zelfs uit zijn land wegjagen.’

2  God zei tegen Mozes: ‘Ik ben de HEER. 3 Ik ben aan Abraham, Isaak en Jakob verschenen als God, de Ontzagwekkende, maar mijn naam HEER heb Ik niet aan hen bekendgemaakt. 4  Ik heb met hen mijn verbond gesloten en Kanaän aan hen beloofd, het land waarin zij als vreemdeling hebben gewoond. 5  Ik heb het gejammer van de Israëlieten over de slavenarbeid die hun door de Egyptenaren is opgelegd gehoord, en dat heeft Mij aan die belofte herinnerd. 6 Daarom moet je dit tegen hen zeggen: “Ik ben de HEER. Ik zal de last die de Egyptenaren jullie opleggen van je afnemen, Ik zal jullie uit je slavenbestaan bevrijden. Ik zal jullie verlossen met opgeheven arm en de Egyptenaren zwaar straffen. 7 Ik zal jullie aannemen als mijn volk, en Ik zal jullie God zijn. En jullie zullen inzien dat Ik, de HEER, jullie God ben, die jullie bevrijdt van de last die je door de Egyptenaren is opgelegd. 8  Ik zal jullie naar het land brengen dat Ik onder ede aan Abraham, Isaak en Jakob beloofd heb; dat land zal Ik jullie in bezit geven. Ik ben de HEER.”’ 9 Mozes bracht dit aan de Israëlieten over, maar ze wilden niet naar hem luisteren, moedeloos als ze waren door de zware dwangarbeid. (. . . . . . . .)

28  Toen de HEER zich in Egypte tot Mozes richtte, 29 zei Hij: ‘Ik ben de HEER. Alles wat Ik tegen je zeg, moet je overbrengen aan de farao, de koning van Egypte.’ 30 Mozes antwoordde: ‘Ik kom zo moeilijk uit mijn woorden, de farao zal niet naar me luisteren.’

Exodus 7:1-7:

1  Maar de HEER zei: ‘Ik zal ervoor zorgen dat jij als een god voor de farao staat, en je broer Aäron zal je profeet zijn. 2 Jij moet Aäron alles zeggen wat Ik je opdraag. Hij zal het woord voeren en de farao zeggen dat hij de Israëlieten uit zijn land moet laten vertrekken. 3  Ik zal ervoor zorgen dat de farao hardnekkig weigert, en Ik zal in Egypte veel tekenen en wonderen verrichten. 4 Ook dan zal de farao niet naar jullie luisteren. Daarom zal Ik de Egyptenaren mijn macht laten voelen en hen zwaar straffen, en Ik zal mijn volk, de Israëlieten, in groepen geordend uit Egypte leiden. 5 De Egyptenaren zullen beseffen dat Ik de HEER ben, als Ik mij tegen hen keer en de Israëlieten bij hen weg leid.’

6 Mozes en Aäron deden alles wat de HEER hun opdroeg. 7 Mozes was tachtig jaar en Aäron drieëntachtig toen zij zich tot de farao richtten.

NLB. Psalm 115:1,4 (1 Niet ons, o Heer, niet ons. . . . )

                                     (4 O Israël, vertrouw op God de Heer)

Het Evangelie voor deze zondag: Johannes 4:5-26

 Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6 waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. 7 Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef Mij wat te drinken.’ 8 Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9  De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt U, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ (Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om.) 10  Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u Hém erom vragen en dan zou Hij u levend water geven.’ 11 ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘U hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt U dan levend water vandaan halen? 12  U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13 Jezus antwoordde: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, 14   maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15 ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ 16 Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ 17 ‘Ik heb geen man,’ zei de vrouw. ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt,’ zei Jezus, 18 ‘u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ 19 Daarop zei de vrouw: ‘Ik begrijp dat U een profeet bent, heer. 20 Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ 21 ‘Geloof Me,’ zei Jezus, ‘er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. 22  Jullie vereren wat je niet kent, wij vereren wat we kennen; de redding komt immers van de Joden. 23 Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt vervuld van Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, 24 want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen vervuld van Geest en waarheid.’ 25 De vrouw zei: ‘Ik weet wel dat de messias zal komen,’ (dat betekent ‘gezalfde’) ‘wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ 26  Jezus zei tegen haar: ‘Ik ben het, degene die met u spreekt.’


NLB.188 (Bij de Jacobsbron/alle coupletten)

Verkondiging

NLB.542 (God roept de mens op weg te gaan/alle 4 coupletten)

Dienst van de gebeden (Dankgebed – voorbeden -  stilgebed – ‘Onze Vader . . .’

Afsluiting: NLB.1014 (Geef vrede door van hand tot hand/alle 5 coupletten)

                                          
Wegzending & Zegen