Orde van dienst
Zondag 27 september 2026
Herfst
in de Protestantse gemeente Sleen 2026
WE KOMEN BINNEN IN GODS HUIS
Lied van de week 160a Die rechtens God gelijk
Die rechtens God gelijk
komt van de Vader voort,
de Koning van zijn Rijk,
Gods beeld en scheppend woord.
Hij heeft zichzelf ontdaan
van alle heerschappij,
Hij kwam in ons bestaan,
Hij werd een mens als wij.
Hij werd ons aller knecht,
zijn deemoed was zo groot.
Hij stond voor ons terecht,
gehoorzaam totterdood.
Maar God heeft hem gesteld
hoog aan zijn rechterhand.
God heeft zijn naam gemeld
aan hemel, zee en land,
Opdat zijn macht verstaan
al wie Hij ’t aanzijn geeft,
opdat in Jezus’ naam
zich buige al wat leeft,-
opdat wij met elkaar
God geve alle eer,
belijdend voor elkaar
dat Jezus is de Heer!
Welkom en mededelingen
De kaarsen worden ontstoken
Muziek tot eer van God
We gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V V: Onze Hulp is in de Naam van de Heer.
Die Hemel en aarde gemaakt heeft.
Heer, gij wacht op ons totdat wij opengaan voor U;
Wij wachten op uw woord dat ons ontvankelijk maakt.
Stem ons af op uw stem, op uw stilte;
Leer ons luisteren naar uw zoon,
a: naar Jezus , onze Heer
Openingslied: Heer wij zijn bijeengekomen (melodie lied 103c)
Heer, wij zijn bijeengekomen,
mensen overal vandaan;
had Gij ons niet meegenomen,
niemand was hierheen gegaan,
want wij schromen hier te komen,
volop in het licht te staan.
Bron van liefde, zeer verheven,
helder stralend als de zon,
bleef uw warmte weg, maar even,
niemand die hier wezen kon –
hoogverheven licht ten leven
dat het duister overwon.
Laat uw liefde ons bestralen,
laat het licht zijn om ons heen;
Gij vergeeft wel duizend malen
onze zonden één voor één.
Als wij falen, weer verdwalen,
schijnt uw licht, uw licht alleen!
We gaan zitten
Kyriegebed
Glorialied 867 Loof overal, loof al wat adem heeft
Loof overal, loof al wat adem heeft,
loof God die leeft.
Zo hoog de hemel niet
of daarheen reikt het lied,
de aarde niet zo wijd,
of God wordt lof bereid.
Loof overal, loof al wat adem heeft,
loof God die leeft.
Loof overal, loof al wat adem heeft,
loof God die leeft.
De kerk zingt schoon en luid
het lied dat niemand stuit,
het hart is ’t bovenal,
dat eeuwig zingen zal.
Loof overal, loof al wat adem heeft,
loof God die leeft.
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Verhaal van Mirjam en Micha
Lied van Mirjam en Micha
1e Lezing Ezechiel 18: 25-29
Nu zeggen jullie: “De weg van de Heer is onrechtvaardig!” Maar luister, Israëlieten! Ben Ik het die onrechtvaardig is? Zijn het niet juist júllie wegen die onrechtvaardig zijn? 26 Een goed mens die zich niet langer rechtvaardig gedraagt maar onrecht begaat, zal sterven; hij sterft omdat hij onrecht heeft begaan. 27 Een slecht mens die zich afkeert van zijn goddeloze levenswijze en voortaan handelt naar recht en gerechtigheid, zal in leven blijven. 28 Als hij tot inzicht en inkeer is gekomen en niet langer misdaden begaat, zal hij zeker in leven blijven en niet hoeven sterven. 29 De Israëlieten zeggen: “De weg van de Heer is onrechtvaardig!” Ben Ik onrechtvaardig, Israëlieten? Zijn het niet juist júllie wegen die onrechtvaardig zijn?
Lied 859: 1,2 Schuldig staan wij voor u , Heer
Schuldig staan wij voor U, Heer,
schuldig, onweersproken.
Tel de duizendmaal dat wij
U hebben ontbroken.
Zie ons aan: onze naam
had Gij opgeschreven
in uw boek des levens
Doorgang hebben wij ontzegd
aan wie wilden leven,
mensen keer op keer ontrecht
steen voor brood gegeven.
God, blijf Gij / toch nabij:
dat Gij ons verleden
nieuw herschrijft met vrede!
Lezen Ezechiel 18:30-32
30 Volk van Israël, Ik zal ieder van jullie beoordelen naar de weg die hij gaat! – spreekt God, de HEER. Kom tot inkeer; bega geen misdaden meer, anders brengen die jullie ten val. 31 Breek met het zondige leven dat jullie hebben geleid, en vernieuw je hart en je geest. Want waarom zouden jullie sterven, volk van Israël? 32 De dood van een mens geeft Me geen vreugde – spreekt God, de HEER. Kom tot inkeer en leef!
Lied 859: 3,4
3 Zwijgend in de eigen schuld
duchten wij het duister.
Gij onthult ons uw geduld
als uw liefde luistert.
Wil de klacht dat de nacht
dood loopt in ons vragen,
verre van ons dragen
4 Onze ontrouw hebt Gij ver
achter U geworpen.
Gij verheft uw aangezicht
als de nieuwe morgen,
Uw gericht schept ons licht,
waar wij onze wegen
kiezen met uw zegen.
Evangelielezing Mat 21: 23-32
Toen Hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe. Ze vroegen Hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? En wie heeft U die bevoegdheid gegeven?’ 24 Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik zal u ook een vraag stellen, en als u Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u zeggen op grond van welke bevoegdheid Ik die dingen doe. 25 In wiens opdracht doopte Johannes? Kwam die opdracht van de hemel of van mensen?’ Ze overlegden met elkaar: ‘Als we zeggen: “Van de hemel,” dan zal Hij tegen ons zeggen: “Waarom hebt u hem dan niet geloofd?” 26 Maar als we zeggen: “Van mensen,” dan krijgen we het volk over ons heen, want iedereen houdt Johannes voor een profeet.’ 27 Dus gaven ze Jezus als antwoord: ‘We weten het niet.’ Daarop zei Hij tegen hen: ‘Dan zeg Ik u ook niet op grond van welke bevoegdheid Ik die dingen doe.
Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” 29 De zoon antwoordde: “Ik wil niet,” maar later bedacht hij zich en ging alsnog. 30 Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader,” maar ging niet. 31 Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zullen het koninkrijk van God eerder binnengaan dan u. 32 Want Johannes bewandelde de weg van de gerechtigheid toen hij naar u toe kwam. U geloofde hem niet, de tollenaars en de hoeren wel. En ook al zag u dat, u hebt u niet bedacht en hem alsnog geloofd.
Lied: 362: 2,3 Hij die ons in zijn dienstwerk heeft gewild
Hij die ons in zijn dienstwerk heeft gewild,
die het gewaagd heeft onze hand te vragen,
die ons uit angst en doem heeft weggetild
en ons tot hier op handen heeft gedragen.
Hij die verlangen wekt, verlangen stilt.
Vrees niet, Hij gaat met ons, een weg van dagen.
Van U is deze wereld, deze tijd.
Gij hebt uw stem tot op vandaag doen klinken.
Uw Naam is hartstocht voor gerechtigheid,
uw woord een bron waaruit wij willen drinken.
Gij die tot hiertoe onze toekomst zijt;
dat wij niet in vertwijfeling verzinken.
Preek
Lied 1010 : Geef vrede, Heer, geef vrede
Geef vrede, Heer, geef vrede, de wereld wil slechts strijd.
Al wordt het recht beleden, de sterkste wint het pleit.
Het onrecht heerst op aarde, de leugen triomfeert,
ontluistert elke waarde, o red ons sterke Heer
Geef vrede, Heer, geef vrede, Gij die de vrede zijt,
die voor ons hebt geleden, gestreden onze strijd,
opdat wij zouden leven bevrijd van angst en pijn,
de mensen blijdschap geven en vredestichters zijn
Geef vrede, Heer, geef vrede, bekeer ons felle hart.
Deel ons uw liefde mede, die onze boosheid tart,
die onze mond leert spreken en onze handen leidt.
Maak ons een levend teken: uw vrede wint de strijd!
Collecte
Gebed over de gaven, dankgebed, voorbeden, stil gebed, Onze Vader
Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen
We gaan staan.
Lied 912: 1,2,5 Neem mijn leven laat het , Heer
Neem mijn leven, laat het, Heer,
toegewijd zijn aan Uw eer.
Maak mijn uren en mijn tijd
tot Uw lof en dienst bereid.
Neem mijn handen maak ze sterk
trouw en vaardig tot uw werk
Maak dat ik mijn voeten zet
op de wegen van uw wet.
Neem mijn wil en maak hem vrij,
dat hij U geheiligd zij
Maak mijn hart tot uwe troon,
Dat uw heilge Geest er woon
De kinderen uit kindernevendienst komen terug.
Zegen
v. Zegen, beantwoord met:
g.
Orgelspel
