Protestantse Gemeente Sleen

                    We komen binnen in Gods huis

Zingen: Lied van de week: 448: 1,5,6,7 Het volk dat wandelt in het duister

1. Het volk dat wandelt in het duister
zal een groot licht zien, een groot licht.
Hef naar de hemel uw gezicht,
met opgeheven hoofden, luister,

5. Er is een Zoon voor ons gegeven,

de Zoon van God die Koning is,

die 't licht is in de duisternis,

de weg, de waarheid en het leven.

6. En alle andre vreemde namen:

die Wonderlijke Raadsman heet,

omdat Hij de geheimen weet

van hemel en van aarde samen.

7.En Sterke God, die de gebeden

verhoren zal, die overwint,

Eeuwige Vader heet dat Kind,

en Vorst van eindeloze vrede.

Welkom, de lichten worden ontstoken

Muziek tot eer van God

We gaan staan

Bemoediging en drempelgebed

V.         Onze Hulp is in de Naam van de Heer,

die hemel en aarde gemaakt heeft.

Om kwetsbare mensen op te vissen uit donkere diepte,

verschijnt Uw zoon in onze wereld,

Wij bidden: roep ons, God!

G.        Leer ons Hem te volgen. AMEN 

Zingen: Lied 246:1,2,3,4, Ontwaak de zon is opgestaan (uit: Zingende Gezegend, mel: lied 446 (oude liedboek): O Jezus hoe vertrouwd en goed)

Ontwaak de zon is opgestaan,

zij doet het donker dicht

En laat geen maan, geen ster meer staan,

zij dooft elk ander licht.

Het duister kan de dag niet aan

nu zij verslagen ligt

verliest van lieverlee de maan

volledig haar gezicht.

Die zon is Christus onze Heer,

die stralend ons verschijnt

tot allerwege meer en meer

het valse licht verdwijnt.

Hoe hoog klinkt de gerechtigheid

die elke schijn onthult

en echt van onecht onderscheidt

met recht de aarde vult!      

We gaan zitten

Kyriegebed 

Glorialied: lied 448: 2,3,4, 9

2. Gij die hier woont in 't dal der tranen
en van de schaduwen des doods,
gij hoort zijn stap, gij ziet hoe groots
Hij zich zijn witte weg zal banen.

3.Hij komt met vrede en geen rampen

geen oorlog en geen bitterheid

zal er meer zijn, geen kind dat schreit,

geen laarzen die in ’t duister stampen

4. Geen liefde gaat er meer verloren,

de onderdrukking is voorbij,

de dood is dood, nu juichen wij,

er is een Kind voor ons geboren.

9. En alle, alle mensen samen,

die zullen voor zijn aangezicht

staan zingen in het grote licht.

En Hij kent allen bij hun namen. 

Gebed van de zondag

Tijd voor de kinderen 

Verhaal van Mirjam en Micha 

Zingen: lied van Mirjam en Micha 

Lezing Matteus 4: 12-22

12 Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week Hij uit naar Galilea. 13 Hij keerde niet terug naar Nazaret, maar ging in Kafarnaüm wonen, aan het meer, in het gebied van Zebulon en Naftali. 14 Zo moest in vervulling gaan wat gezegd is door de profeet Jesaja: 15 ‘Land van Zebulon en Naftali, gebied aan het meer en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: 16 Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen.’ 17 Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. ‘Kom tot inkeer,’ zei Hij, ‘want het koninkrijk van de hemel is nabij!’

18 Toen Hij langs het meer liep, zag Hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19 Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg Mij, Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 20 Ze lieten meteen hun netten achter en volgden Hem. 21 Even verderop zag Hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen 22 en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden Hem. 

Zingen: lied 531: 1 Jezus die langs het water liep

Jezus die langs het water liep
en Simon en Andreas riep,
om zomaar zonder praten
hun netten te verlaten,
Hij komt misschien vandaag voorbij
en roept ook ons, roept jou en mij,
om alles op te geven
en trouw Hem na te leven.

Preek 

Zingen: lied 836: 2, Geef dat uw roepstem wordt gehoord

Geef dat uw roepstem wordt gehoord,

als eenmaal bij de zee.

Geef dat ook wij Uw nodend woord,  

vertrouwen, volgen ongestoord,

op weg gaan met U mee, 

Afscheid en bevestiging ambtsdragers/pastoraal medewerkers 

Inleiding

V: ……

Zingen: Dank dank nu allen God (lied 704:1)

Dank, dank nu allen God, met hart en mond en handen.

Die grote dingen doet, hier en in alle landen.

Die ons van kindsbeen aan, ja, van de moederschoot,

Zijn vaderlijke hand en trouwe liefde bood.

V:……

We zingen staande een geloofsbelijdenis: Ik geloof in mijn God als de kracht (uit: Rakelings Nabij, mel lied 840, Lieve Heer, Gij zegt kom en ik kom)

Ik geloof in mijn God als de kracht

die het licht ontsteekt, waar het duister is,

die weer glans aanbrengt, waar geen luister is,

die een vuurvlam is in de nacht.

Ik geloof in mijn God als de bron,

van waaruit alles leeft wat geboren is,

die weer thuisbrengt wat ooit hier verloren is,

die het woord sprak, waarmee het begon.

Ik geloof in mijn God als het doel

van de voeten die hier op de aarde staan,

van de dromen die door alle landen gaan,

van de zoektochten van het gevoel.

Ik geloof in mijn God als de stem,

die de wereld naar toekomst en vrede leidt

en het uitzicht biedt, al zo lang verbeid,

van geloof, hoop en liefde door Hem.

Vragen aan de diaken

V:…..

Diaken: Ja, dat beloof ik 

Vraag aan de gemeente

V: ……

Gemeente:  Ja, dat willen wij 

Zegen voor de nieuwe ambtsdrager

Gemeente gaat staan

Zingen: Lof, eer en prijs zij God (lied 704: 3)

Lof, eer en prijs zij God, die troont in 't licht daarboven.

Hem, Vader, Zoon en Geest, moet heel de schepping loven.

Van Hem, de ene Heer, gaf het verleden blijk,

het heden zingt Zijn eer, de toekomst is Zijn rijk.

Gebeden, stil gebed

Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen

We gaan staan 

Zingen slotlied: Hij die gesproken heeft  (lied 362)

Hij die gesproken heeft een woord dat gáát. Een tocht door de woestijn, een weg ten leven. Een spoor van licht dat als een handschrift staat tegen de zwartste hemel aangeschreven. Hij schept ons hier een nieuwe dageraad.

Hij roept ons aan, 'Ik zal jou niet begeven'.

Hij die ons in zijn dienstwerk heeft gewild, die het gewaagd heeft onze hand te vragen, die ons uit angst en doem heeft weggetild

en ons tot hier op handen heeft gedragen. Hij die verlangen wekt, verlangen stilt. Vrees niet, Hij gaat met ons, een weg van dagen.

Van U is deze wereld, deze tijd. Gij hebt uw stem tot op vandaag doen klinken. Uw Naam is hartstocht voor gerechtigheid, uw woord een bron waaruit wij willen drinken. Gij die tot hiertoe onze toekomst zijt;

dat wij niet in vertwijfeling verzinken.

Zegen

Gemeente: amen, amen

Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor

-de jeugd

-het onderhoudsfonds

Medewerkers aan deze dienst:

Ambtsdragers: Gerrit Wiers, Renate Breukelkamp, Gerard Weitkamp, Ellen Sonneveld

Organiste: Ettie Ottens

Beamer: Jakob Pol

Camera: Hans vd Heiden

Kosters: Jans Weuring en Jennie Wilting