Orde van dienst
zondag 22 maart 2026
De Geest waaiert breed uit
Protestantse gemeente Sleen
40-dagentijd 2026
Zondag 22 maart
Vandaag is het de 5e zondag van de veertig dagentijd,
de liturgische kleur is paars.
40 dagen leven naar Pasen toe
In deze Veertigdagentijd willen we openstaan voor de werking van de Gods Geest in ons leven. De Geest zoekt en vindt steeds nieuwe wegen, op alle tijden en plaatsen, in uiteenlopende culturen, met een ongekende variëteit aan vormen. Ook vandaag inspireert de Geest mensen om op weg te gaan met het evangelie, ook wanneer we het spoor bijster zijn.
De diversiteit in onze samenleving is groot. De kerk krimpt. We geloven dat de Geest de kerk brengt waar mensen zijn, midden in het leven. Tot onze
verbazing zien we soms op de meest onverwachte plekken iets van Gods koninkrijk: aan de keukentafel, in de straat waar we wonen, de plek waar we werken, het schoolplein, het sportveld, het ziekenhuis en op
podia. De heilige Geest waaiert breed uit, binnen en buiten de kerk. Willen we ons laten verrassen in deze tijd van inkeer? Kunnen we onze ogen en oren openhouden om de tekens van de Geest te verstaan?
Woorden bij de liturgische schikkingen in de 40 dagentijd
1e zondag van de 40-dagen:
Zand, eindeloze vlakte,
onbekende verleidingen,
het blauwe duifkruid als teken van de geest
helpt onze weg te vinden.
2e zondag van de 40-dagen:
Drie bloemen, symbool voor drie vrienden
die zorgen, meedragen met de vriend
op diens onbekende weg,
in vertrouwen groeien.
3e zondag van de 40-dagen:
Water, levensbron,
de iris, een teken voor de drie-eenheid,
hemelsblauw, goddelijk geel en zuiver wit.
De iris kleurt onze ogen waardoor we kunnen zien
naar de ander.
Biddag:
De echte schatten zijn verborgen
in zaden, vol kiemkracht
gezaaid in vruchtbare grond,
groei voor de toekomst.
4e zondag van de 40-dagen:
In de stille winter groeien de knoppen
die even later openbarsten,
witte tere bloemen als het eerste licht,
het zien van de lente.
5e zondag van de 40-dagen:
Bloemen als tranen
huilen om het missen van een geliefde,
geurende bloemen en rode takken
herinneren aan het samengeleefde leven.
6e zondag van de 40-dagen:
Palmtakken wuiven het hosanna,
vreugde om een nieuw begin
vol vertrouwen in de toekomst.
We komen binnen in Gods huis
Zingen: Lied van de week: 948, Als Gij er zijt: 1
Als Gij er zijt, wees dan aanwezig,
niet als een vuur dat ons verbrandt
– vuur is te heilig en te hevig –
laat ons er zijn met U die was,
Welkom, de lichten worden ontstoken
Muziek tot eer van God
We gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V: Onze hulp is in de naam van de HEER,
die hemel een aarde gemaakt heeft.
Aangespoord door woorden van liefde
volgen wij Jezus op zijn weg.
Heer, Gij, die uw Geest van genade laat waaien
lager dan de luchten, zo wijd als de wereld,
G: MAAK ONS BEREID TE GAAN WAAR HIJ GAAT. AMEN
Zingen: lied 43 : 3,4
3 O Here God, kom mij bevrijden,
zend mij uw waarheid en uw licht
die naar uw heilge berg mij leiden,
waar Gij mij woning wilt bereiden.
Geef dat ik door U opgericht
kom voor uw aangezicht.
4 Dan ga ik op tot uw altaren,
tot U, o bron van zaligheid.
Dan mag mijn ziel uw heil ervaren
en dankbaar ruisen alle snaren
voor U die al mijn vreugde zijt
en eindloos mij verblijdt.
We gaan zitten
Kyriegebed
Zingen lied 948: Als Gij er zijt:
Als Gij er zijt, wees dan aanwezig,
niet als een vuur dat ons verbrandt
– vuur is te heilig en te hevig –
laat ons er zijn met U die was,
geef ons de schaduw van uw hand
om in te schuilen, dat wij leven
al zijn wij dood, zo dood als as.
Laat ons er zijn, een eeuwig even,
…die is, die komen zal ten laatste,
ten eeuwigste. Kom niet te laat!
Gij kunt U toch in ons verplaatsen?
Kom dan, wij zijn ten einde raad.
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Verhaal van Mirjam en Micha
Zingen: Het lied van Mirjam en Micha
Lezing: Johannes 11: 1-16 en 17-44
1 Er was iemand ziek, een zekere Lazarus uit Betanië, het dorp waar Maria en haar zus Marta woonden – 2 dat was de Maria die Jezus met olie gezalfd heeft en zijn voeten met haar haar heeft afgedroogd; de zieke Lazarus was haar broer. 3 De zussen stuurden iemand naar Jezus met de boodschap: ‘Heer, uw vriend is ziek.’ 4 Toen Jezus dit hoorde zei Hij: ‘Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar op de eer van God, zodat de Zoon van God geëerd zal worden.’ 5 Jezus hield veel van Marta en haar zus, en van Lazarus. 6 Maar toen Hij gehoord had dat Lazarus ziek was, bleef Hij toch nog twee dagen waar Hij was. 7 Daarna zei Hij tegen zijn leerlingen: ‘Laten we teruggaan naar Judea.’ 8 ‘Maar rabbi,’ protesteerden de leerlingen, ‘de Joden wilden U stenigen, en nu wilt U daar toch weer naartoe?’ 9 Jezus zei: ‘Telt een dag niet twaalf uren? Wie overdag loopt, struikelt niet, want hij ziet het licht van deze wereld, 10 maar wie ’s nachts loopt, struikelt doordat hij geen licht heeft.’ 11 Nadat Hij dat gezegd had zei Hij: ‘Onze vriend Lazarus is ingeslapen, Ik ga hem wakker maken.’ 12 De leerlingen zeiden: ‘Als hij slaapt, zal hij wel beter worden, Heer.’ 13 Zij dachten dat Hij het over slapen had, terwijl Jezus bedoelde dat hij gestorven was. 14 Toen zei Hij hun ronduit: ‘Lazarus is gestorven, 15 en om jullie ben Ik blij dat Ik er niet bij was: nu kunnen jullie tot geloof komen. Laten we dan nu naar hem toe gaan.’
16 Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’) zei tegen de anderen: ‘Laten ook wij maar gaan, om met Hem te sterven.’
Zingen lied 247: 1 Blijf mij nabij
Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt.
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.
17 Toen Jezus daar aankwam, hoorde Hij dat Lazarus al vier dagen in het graf lag. 18 Betanië ligt dicht bij Jeruzalem, op een afstand van ongeveer vijftien stadie, 19 en er waren dan ook veel Joden naar Marta en Maria gekomen om hen te troosten nu hun broer gestorven was. 20 Toen Marta hoorde dat Jezus onderweg was ging ze Hem tegemoet, terwijl Maria thuisbleef. 21 Marta zei tegen Jezus: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. 22 Maar zelfs nu weet ik dat God U alles zal geven wat U vraagt.’
Zingen: 247: 2
Wees bij mij, nu de dag ten einde spoedt.
Alles verdoft wat glans bevat en gloed.
Alles vervalt in ’t wisselend getij,
Maar gij die eeuwig zijt, blijf mij nabij.
23 Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ 24 ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ 25 Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, 26 en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ 27 ‘Ja, Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat U de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’
28 Na deze woorden ging ze terug, ze nam haar zus Maria apart en zei: ‘De meester is er, en Hij vraagt naar je.’ 29 Zodra Maria dit hoorde ging ze naar Jezus toe, 30 die nog niet in het dorp was, maar op de plek waar Marta Hem tegemoet was gekomen. 31 Toen de Joden die bij haar in huis waren om haar te troosten, Maria zo haastig zagen weggaan, liepen ze achter haar aan, want ze dachten dat ze naar het graf ging om daar te weeklagen.
32 Zodra Maria op de plek kwam waar Jezus was en Hem zag, viel ze aan zijn voeten neer. Ze zei: ‘Als U hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn!’
Lied 247: 3
U heb ik nodig, uw genade is
mijn enig licht in nacht en duisternis.
Wie anders zal mijn leidsman zijn dan Gij?
In nacht en ontij, Heer, blijf mij nabij.
33 Jezus zag hoe zij en de Joden die bij haar waren weeklaagden, en Hij ergerde zich. Diep bewogen 34 vroeg Hij: ‘Waar hebben jullie hem neergelegd?’ Ze zeiden: ‘Kom maar kijken, Heer.’ 35 Jezus begon te huilen, 36 en de Joden zeiden: ‘Wat heeft Hij veel van hem gehouden!’
37 Maar er werd ook gezegd: ‘Hij heeft de ogen van een blinde geopend, Hij had nu toch ook de dood van Lazarus kunnen voorkomen?’ 38 Weer ergerde Jezus zich. Hij liep naar het graf, een spelonk met een steen voor de opening. 39 Hij zei: ‘Haal de steen weg.’ Marta, de zus van de dode, zei: ‘Maar Heer, de stank! Hij ligt er al vier dagen!’ 40 Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb je toch gezegd dat je Gods grootheid zult zien als je gelooft?’ 41 Toen haalden ze de steen weg. Daarop keek Hij omhoog en zei: ‘Vader, Ik dank U dat U Mij hebt verhoord. 42 U verhoort Mij altijd, dat weet Ik, maar Ik zeg dit ter wille van al deze mensen hier, opdat ze zullen geloven dat U Mij gezonden hebt.’ 43 Daarna riep Hij luid: ‘Lazarus, kom naar buiten!’ 44 De dode kwam tevoorschijn, zijn handen en voeten in linnen gewikkeld, en zijn gezicht bedekt door een doek. Jezus zei tegen de omstanders: ‘Maak de doeken los, en laat hem gaan.’
Kom dan en spreek (lied 610: 4,5, 6)
Kom dan en spreek uw woord en breek
zo onze graven open.
Wil ons met de Geesteskracht van uw adem dopen.
Wek ons voorgoed! Zet met uw gloed
ons recht op onze voeten.
Vol van leven zullen wij ’t morgenlicht begroeten.
Blaas met uw Geest in ons het feest
dat allen zal verwarmen.
Open ons het vergezicht op uw groot erbarmen.
Preek
Zingen: lied 686: de Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt
De Geest des Heren heeft een nieuw begin gemaakt,
in al wat groeit en leeft zijn adem uitgezaaid.
De Geest van God bezielt die koud zijn en versteend,
herbouwt wat is vernield, maakt een, wat is verdeeld.
Wij zijn in Hem gedoopt, Hij zalft ons met zijn vuur.
Hij is een bron van hoop in alle dorst en duur.
Wie weet vanwaar Hij komt, wie wordt zijn licht gewaar?
Hij opent ons de mond en schenkt ons aan elkaar.
De Geest die ons bewoont, verzucht en smeekt naar God,
dat Hij ons in de Zoon doet opstaan uit de dood.
Opdat ons leven nooit in weer en wind bezwijkt,
kom, Schepper Geest, voltooi wat Gij begonnen zijt.
Gebeden, dankgebed en voorbeden
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen
We gaan staan
Slotlied: Lied 834 Vernieuw Gij mij o eeuwig licht
Vernieuw Gij mij, o eeuwig licht!
God, laat mij voor uw aangezicht,
geheel van U vervuld en rein,
naar lijf en ziel herboren zijn.
Schep, God, een nieuwe geest in mij,
een geest van licht, zo klaar als Gij;
dan doe ik vrolijk wat Gij vraagt
en ga de weg die U behaagt.
Wees Gij de zon van mijn bestaan,
dan kan ik veilig verder gaan,
tot ik U zie, o eeuwig licht,
van aangezicht tot aangezicht.
De kinderen komen terug en leggen een voorwerp op de kijktafel:
In de komende tijd gaan we elke week wat meer over Jezus leren en wat Pasen betekent.
Zegen
Gemeente:
Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor
-Kerk in Actie
Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor:
-KIA
-Kerk
Medewerkers aan deze dienst:
Ambtsdragers: Luuk Houkes, Ellen Sonneveld
Kindernevendienst: Grietjes Mulder
Organist: Sieger vd Laan
Beamer:
Camera: Piet Doek
Kosters: Riekus Reinders en Clemy
