Orde van dienst
zondag 2 augustus 2026
WE KOMEN BINNEN IN GODS HUIS
Zingen: lied van de week 546: 1 en 2
Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden
Wees blijde nu, in ’t midden van het lijden,
verheug u, want gij zijt niet vruchteloos,
de koning komt de vredesstad bevrijden
en de woestijn zal bloeien als een roos.
Jeruzalem, verheug u in de vrijheid,
stad van de Heer, die zeer te loven is!
Wij heffen ’t hoofd omhoog, o Sion, gij zijt
ons aller moeder, stad die boven is
Welkom en mededelingen
|
Aansteken van de kaarsen Muziek tot eer van God |
|||
|
We gaan staan |
|||
Bemoediging en drempelgebed
V: Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.
G: Die trouw blijft tot in eeuwigheid en niet loslaat het werk van zijn handen.
V: Genade zij u en vrede, van God onze Vader en van onze Heer Jezus Christus.
G: Amen.
Openingslied: lied 221: 1,3 Zo vriendelijk en veilig als het licht
Zo vriendelijk en veilig als het licht,
zo als een mantel om mij heen geslagen,
zo is mijn God, ik zoek zijn aangezicht,
ik roep zijn naam, bestorm Hem met mijn vragen,
dat Hij mij maakt, dat Hij mijn wezen richt.
Wil mij behoeden en op handen dragen.
Spreek Gij het woord dat mij vertroosting geeft,
dat mij bevrijdt en opneemt in uw vrede.
Ontsteek die vreugde die geen einde heeft,
wil alle liefde aan uw mens besteden.
Wees Gij vandaag mijn brood, zowaar Gij leeft –
Gij zijt toch zelf de ziel van mijn gebeden.
we gaan zitten
Kyriegebed
Zingen: Ik zie de hemel opengaan
(mel. Lied 969, in Christus is noch west noch oost)
Ik zie de hemel opengaan, de aarde in het licht
van mensen die elkaar zien staan, Gods eigen aangezicht.
Ik zie de wereld omgekeerd, het laagste bovenaan.
Het ongeziene in het licht, uit niets groeit Gods bestaan.
Ik zie het lang beloofde land, waar alles wordt gedeeld,
van grond tot licht, van steen tot brood, wij zijn Gods evenbeeld
Ik zie de aarde vol sjaloom, de leugens weggeleefd.
Ontmaskerd staan wij voor elkaar en zie de vrede leeft.
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Verhaal van Mirjam en Micha
Zingen: Lied van Mirjam en Micha
Lezing : Nehemia 9: 14-20
U maakte uw heilige sabbat aan hen bekend, U gaf hun uw geboden, voorschriften en wetten bij monde van uw dienaar Mozes. 15 Wanneer ze honger hadden gaf U hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet U water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat U hun onder ede had beloofd. 16 Maar onze voorouders hebben zich misdragen; halsstarrig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden. 17 Ze weigerden te luisteren en ze vergaten de wonderen die U voor hen verricht had. In hun halsstarrigheid stelden ze een nieuwe leider aan, ze wilden weer slaven worden in Egypte. Maar U bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en trouw: U verliet hen niet.
Zingen: lied 78: 6
In woestenijen, die het hart verschroeien,
liet Hij uit rotsen lafenis voortvloeien.
Rivieren welden op als zegeningen,
Hij deed uit stenen levenswater springen.
Maar aan de bron van zijn verbond gedrenkt,
heeft Israël de trouw van God gekrenkt.
18 Ze tergden U door een beeld te maken in de vorm van een stierkalf en te zeggen: ‘Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 19 Maar liefdevol als U bent, hebt U hen zelfs toen, daar in de woestijn, niet verlaten. Boven hen stond steeds de wolkkolom om hun bij dag de weg te wijzen, en ’s nachts was er de vuurzuil die de weg verlichtte waarlangs ze moesten gaan. 20 U gaf hun uw goede geest, en zo verkregen ze inzicht; U stilde hun honger met manna, U leste hun dorst met water.
Zingen: lied 78: 14
Mijn God, hoe snel vergeet men zijn bevrijding.
Blijdschap valt licht ten offer aan ontwijding.
Gij Heer, die heilig zijt en heilig voorging,
vergeten zijn uw heil en uw verhoring
bij 't volk dat nu schoorvoetend verder trekt,
maar eenmaal door uw hand werd opgewekt.
Evangelielezing Mat 14: 13-21
Toen Jezus hiervan hoorde, week Hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar Hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze Hem over land. 14 Toen Hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde Hij medelijden met hen en Hij genas hun zieken.
15 Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar Hem toe en zeiden: ‘Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen.’ 16 Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten.’ 17 Ze antwoordden Hem: ‘We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen.’ 18 Hij zei: ‘Breng ze Mij.’ 19 En nadat Hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam Hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; Hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. 20 Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. 21 Er hadden ongeveer vijfduizend mannen gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.
Zingen lied 390 Het brood in de aarde gevonden
(op de melodie van lied 763)
1 Het brood in de aarde gevonden
het brood door handen gemaakt,
het brood van tranen en zorgen,
dat brood dat naar mensen smaakt.
2 Het brood van oorlog en vrede,
dat dagelijks eendere brood,
het vreemde brood van de liefde,
het stenen brood van de dood.
3 Het brood dat wij duur verdienen,
ons lichaam, ons geld en ons goed,
het brood van ons samen leven,
die schamele overvloed.
4 Dat brood dat wij moeten eten
om niet verloren te gaan.
Wij delen het met elkander
ons hele mensenbestaan.
5 Gij deelt het met ons, zo deelt Gij
U zelf aan ons uit voorgoed,
een mens om nooit te vergeten,
een God van vlees en van bloed.
Preek
Zingen lied 546: 3,4,5
Jeruzalem, de stad van de belofte,
verwacht een nieuw bestaan van hoger hand.
De Zoon daalt van de Vader uit de hoogte
en maakt de aarde tot zijn vaderland.
Daar zal zijn zegen zich alom verbreiden,
in heel de wereld overvloed van brood.
Zo zal het zijn aan ’t einde van de tijden,
de dageraad van God is rozerood.
Die in uw lijden zijt terneergezeten,
leef uw verlosser gretig tegemoet,
want deze tijden zijn U toegemeten,
maar als Hij komt, dan maakt Hij alles goed
Gebeden, stil gebed, Onze Vader
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap,
de macht en de majesteit, in eeuwigheid. Amen.
De kinderen komen binnen.
we gaan staan
Slotlied: Dank U, Heer voor al wat leeft (lied 265 uit Zingende gezegend, mel lied 150 Liedboek)
Dank U, Heer voor al wat leeft
dank voor alles wat Gij geeft:
voedsel, vreugde, overvloed,
Gij zijt overstelpend goed!
Dank U wel voor al wat groeide,
wind en wolken, licht en lucht
velden, vol van goede vrucht,
dank dat duizend bloemen bloeiden!
Al te veel bleef ongedaan;
stil verwijtend zien ons aan
armen, bedelend om brood -
levend lijken zij al dood.
Geef ons heden open handen,
ogen om opnieuw te zien
uw geboden, alle tien
vlammen die van liefde branden.
De tien geboden
V. Met de lofzang op onze lippen,
met uw woord in ons hart
en onze handen vaardig tot uw werk
spreken wij uit, o Heer,
jegens U en onze naaste:
ALLEN: DAT WIJ Ú ZULLEN DIENEN EN NIÉMAND ANDERS
V: Dat wij uw beeld en gelijkenis herkennen zullen
in de gestalte van Jezus Christus,
dienstknecht van de minsten der mensen;
dat wij uw naam zullen heiligen,
dat wij uw toekomende dag zullen vieren;
dat wij onze ouders zullen eerbiedigen;
dat wij het leven hooghouden;
dat wij elkaar trouw zullen zijn;
dat wij ons niets van elkaar zullen toe-eigenen;
dat wij elkaar met waarheid zullen ontmoeten;
dat wij elkaar het goede van het leven gunnen
ALLEN: ZO HEBBEN WIJ GEHOORD
ZO ZULLEN WIJ DOEN,
HEER, ONZE GOD,
GEZEGEND ZIJT GIJ. AMEN
Zegen
v. ……
g. Amen, amen
Organiste: Ettie Ottens
Ambtsdragers: Hennie Habing, Reind Katerberg, Greet de Vries, Ellen Sonneveld
Beamer/camera: Jacob Pol, Henk Kwast
Koster: Aukje en Jan
