Orde van dienst
Zondag 19 april 2026 Paastijd
Paastijd 2026

Protestantse Gemeente Sleen
Paastijd 2026
Afbeelding op de voorkant en het evangelie naar Johannes.
Rembrandt van Rijn schilderde Jezus vaak. Op dit schilderij is het gezicht van de Heer menselijk en kwetsbaar vragend. Maar doordat Rembrandt zo mooi speelt met licht en donker, wordt zijn gezicht ook stralend mysterieus: Deze mens is de Messias, de zoon van God.
In plaats van gelijkenissen over Gods koninkrijk heeft de evangelist Johannes dialogen en monologen waarin Jezus zijn unieke band met God toont. En de wonderen, die Jezus verricht, zijn tekenen die laten zien dat Hij ‘Zoon van God’ is, Dat is het mensenkind zoals God bedoelde bij de schepping. Door zijn woorden en tekenen, ook wel ‘zijn werken’ genoemd, wordt zijn menselijke én goddelijke heerlijkheid zichtbaar en tastbaar.
In de Paastijd van 2026 lezen we de boodschap van Johannes. Mensen die met Jezus in aanraking komen, ontmoeten God zelf, ervaren Gods licht, liefde en leven.
Daarnaast lezen we gedeelten uit de Petrusbrieven. Petrus maakt de opstanding actueel. Hij geeft aanwijzingen hoe als Paasmens te leven.
Heb je Hem gezien?
Heb je Hem gezien in die bange ogen van een kind?
Heb je Hem gezien in die vrouw die moedig
afscheid nam van haar zoon?
Heb je Hem gezien in die zieke die de pijn verbeet?
Heb je Hem gezien in die eenzame vreemdeling
die niet durfde kloppen aan jouw deur?
Wees niet bevreesd als je het even was vergeten……
Hij staat alweer klaar
om met jou, met mij, met ons op weg te gaan…
Wij komen binnen in Gods huis
Welkom
De lichten worden ontstoken
Lied van de week: 644: 1,2 Terwijl wij Hem bewenen
1. Terwijl wij Hem bewenen omdat Hij van ons ging
Is Hij aan ons verschenen in zijn verheerlijking
2. Terwijl wij om Hem treuren, toont Hij ons hand en voet.
Hij komt door dichte deuren, Hij spreekt zijn vredegroet.
Muziek tot eer van God:
We gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V: Onze Hulp is in de Naam van de die Heer,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
Opgestane, U vraagt: Heb je mij lief?
Wij bidden: Help ons U lief te hebben
ALLEN: HELP ONS VAN ELKAAR TE HOUDEN. AMEN
Openingslied: 116: 1, God heb ik lief
God heb ik lief, want die getrouwe Heer
nam, toen ik riep, met toegenegen oren
mijn woorden aan. Hij zal mij blijven horen
en levenslang ben ik niet eenzaam meer.
We gaan zitten
Gebed om ontferming
Glorialied 305 : 1,2 Alle eer en alle glorie
2 Alle eer en alle glorie geldt de Zoon, de erfgenaam!
Als genade die ons toekomt is Hij onze nieuwe naam.
Licht uit licht, vergezicht, steek ons met uw stralen aan!
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Verhaal van Mirjam en Micha
Zingen: Het lied van Mirjam en Micha
Brieflezing: 1 Petrus 1: 13 en 23
13 Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart. 14 Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst. 15 Leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals Hij die u geroepen heeft heilig is. 16 Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want Ik ben heilig.’ 17 En als u Hem Vader noemt die iedereen naar zijn daden beoordeelt, zonder aanzien des persoons, heb dan ook ontzag voor Hem tijdens uw leven als vreemdeling. 18 U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, 19 maar met het kostbare bloed van Christus, als dat van een lam zonder smet of gebrek. 20 Al voor de grondvesting van de wereld is Hij door God uitgekozen, en nu, aan het einde van de tijd, is Hij verschenen omwille van u. 21 Door Hem gelooft u in God, die Hem uit de dood heeft opgewekt en Hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof en hoop op God gericht zijn.
22 Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, 23 als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende woord, dat voor altijd standhoudt.
Zingen: lied 791: 1,2,3, Liefde eenmaal uitgesproken
Liefde, eenmaal uitgesproken
als uw woord van het begin,
liefde, wil ons overkomen
als geheim en zegening.
Liefde, die ons hebt geschapen,
vonk waarmee Gij zelf ons raakt,
alles overwinnend wapen,
laatste woord dat vrede maakt.
Liefde luidt de naam der namen
waarmee Gij U kennen laat.
Liefde vraagt om ja en amen,
ziel en zinnen metterdaad.
Evangelielezing Johannes 21: 1-17
Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2 Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat is Didymus, ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3 Simon Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee,’ zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4 Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever. Maar de leerlingen wisten niet dat het Jezus was. 5 Hij riep: ‘Hebben jullie iets te eten, jongens?’ ‘Nee,’ antwoordden ze. 6 ‘Gooi het net uit aan de rechterkant van het schip,’ riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit, en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7 De leerling van wie Jezus veel hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, deed hij zijn bovenkleed aan – want hij was nauwelijks gekleed – en sprong in het water. 8 De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9 Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10 Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie daarnet gevangen hebben.’ 11 Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde Hem te vragen wie Hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13 Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en Hij gaf hun ook vis. 14 Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat Hij uit de dood was opgestaan.
15 Toen ze gegeten hadden, sprak Jezus Simon Petrus aan: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Mij lief, meer dan de anderen hier?’ Petrus antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Hij zei: ‘Weid mijn lammeren.’ 16 Nog eens vroeg Hij: ‘Simon, zoon van Johannes, heb je Me lief?’ Hij antwoordde: ‘Ja, Heer, U weet dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Hoed mijn schapen,’ 17 en voor de derde maal vroeg Hij hem: ‘Simon, zoon van Johannes, houd je van Me?’ Petrus werd verdrietig omdat Hij voor de derde keer vroeg of hij van Hem hield. Hij zei: ‘Heer, U weet alles, U weet toch dat ik van U houd.’ Jezus zei: ‘Weid mijn schapen.
Zingen: lied 908: 1, 4,5 Ik heb U lief o mijn beminde
Ik heb U lief, o mijn beminde, die al mijn vreugd’ en sterkte zijt.
Ik heb U lief, o welgezinde, wiens komst ik dag en nacht verbeid.
Ik heb U lief, o schoonste licht, glans van Gods aangezicht.
Ik ging verdwaald langs vele wegen, ik zocht U wel, maar vond U niet,
ik ging verblind het duister tegen, ik minde wat de wereld biedt.
Nu hebt Gij zo mijn hart gewend, dat ik U heb herkend.
Hoe moet ik, hemelzon, U danken voor ’t licht dat Gij mij hebt gebracht?
Gij hebt mijn ziel, die arme, kranke, voorgoed genezen van de nacht.
Gij kuste met uw gouden mond, o zon, mijn ziel gezond
Preek
Zingen: Lied 644: 3,4,5 Terwijl wij van Hem spreken
3. Terwijl wij van Hem spreken, is Hij in onze kring
om ons het brood te breken van zijn verkondiging.
4. Opdat wij zouden weten, wat ons te hopen staat,
vraagt Hij ons om te eten: een vis, een honingraat.
5. Hij is de Heer en koning, die eeuwig bij ons is.
Zijn woorden zijn als honing, zijn naam is als een vis
Gebeden, stil gebed, Onze Vader
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap,
de macht en de majesteit in eeuwigheid. Amen
We gaan staan.
Zingen: lied 315 Heb dank o God van alle leven
Heb dank, o God van alle leven,
die zijt alleen Uzelf bekend,
dat Gij uw woord ons hebt gegeven,
uw licht en liefde ons toegewend.
Nu rijst uit elke nacht uw morgen,
nu wijkt uw troost niet meer van de aard,
en wat voor wijzen bleef verborgen
werd kinderen geopenbaard.
En of een mens al diep verloren
en ver van U verzworven is,
Gij noemt zijn naam, hij is herboren,
vernieuwd door uw getuigenis.
U woord, dat spreekt in alle talen,
heeft uit het graf ons opgericht,
doet ons in vrijheid ademhalen
en leven voor uw aangezicht.
Gemeente, aan wier aardse handen
dit hemels woord is toevertrouwd,
o draag het voort naar alle landen,
vermenigvuldigd duizendvoud.
Een stem zegt: roep! Wat zoudt gij roemen
op mensengunst of heerlijkheid?
't Verwaait als gras en weidebloemen.
Gods woord bestaat in eeuwigheid!
Tijdens het zingen komen de kinderen binnen
Zegen
V: gesproken zegen
Gemeente zingt:
Collectes bij de uitgang: ds G Bakkerfonds, Kerk
Medewerkers aan deze dienst:
Ambtsdragers: Gerrit Wiers, Ina Pol, Gerard Weitkamp, Ellen Sonneveld
Organist: Sieger vd Laan
Beamer: Jacob Pol
Camera: Piet Doek
Kosters: Jans Weuring, Jennie Wilting
Kindernevendienst: kindercaroussel
