Orde van dienst
zondag 18 januari 2026
We komen binnen in Gods huis
Lied van de week 516, Van ’t vroeglicht van de dageraad
1 Van ’t vroeglicht van de dageraad
tot waar de zon weer ondergaat
zingt elk de koning Christus eer,
het kind der maagd is onze Heer
2 De wijze koningen van ver,
zij volgden de verheven ster,
zij zijn van licht tot licht gegaan
en boden God geschenken aan.
3 Het hemels lam stond wit en licht
in ’t zuiver water opgericht.
Met onze schuld heeft Hij gestaan
als dopeling in de Jordaan
Welkom, de lichten worden ontstoken
Muziek tot eer van God
We gaan staan
Bemoediging en drempelgebed
V. Onze Hulp is in de Naam van de Heer,
Die hemel en aarde gemaakt heeft,
Die Licht laat schijnen in het donker
en vreugde en overvloed aan liefde schenkt.
Wij bidden: doe ons uw heil aanschouwen, Heer.
G. MAAK ONS GETUIGEN VAN UW LICHT. AMEN.
Zingen: God zij geloofd! Hier zijn wij in zijn naam
(uit: Zingende Gezegend 217, tekst: A. F. Troost. melodie: Ps.116)
God zij geloofd! Hier zijn wij in zijn naam,
dit is zijn huis, tot Hem willen wij bidden.
De hemel stelt een tafel in ons midden,
de Vader wenkt, Hij roept ons hier tezaam.
Hier is de Schrift geopend neergelegd,
hier is het boek dat vol is van Gods daden,
hier klinkt zijn stem, zijn oordeel, zijn genade,
hier zingt een lied de lof Hem toegezegd.
Hier zal voldoende brood voorhanden zijn,
hier wordt de wijn in stromen ons geschonken.
Vier hier de bruiloft, word van vreugde dronken!
De gastheer schenkt de allerbeste wijn.
God zij geloofd! Hem is dit huis gewijd,
de plaats waar Hij zijn vaderhart wil tonen,
totdat de bruidegom bij ons komt wonen -
dan is de kerk zijn bruid in eeuwigheid!
We gaan zitten
Kyriegebed
Glorialied: lied 66: 1, Breek aarde uit in jubelzangen
Breek, aarde, uit in jubelzangen,
Gods glorierijke naam ter eer.
Laat van alom Hem lof ontvangen.
Geducht zijn uwe daden, Heer.
Uw tegenstanders, diep gebogen,
aanvaarden veinzend uw beleid.
Heel d' aarde moet uw naam verhogen,
psalmzingen uwe majesteit.
Gebed van de zondag
Tijd voor de kinderen
Zingen: MM-lied
Lezing: Johannes 2: 1-11
1 Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, 2 en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. 3 Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ 4 ‘Vrouw, wat wilt u van Me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ 5 Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ 6 Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. 7 Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. 8 Toen zei Hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze. 9 En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom 10 en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ 11 Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem.
Zingen: lied 516: 4,5
4 O teken van zijn macht zo groot!
Het water in de kruik werd rood.
Toe hij beval te schenken, schonk
de schenker wijn en ieder dronk.
5 U met de Vader en de Geest,
o Heer die op het heilig feest
van heden ons verschenen zijt,
zij lof en eer in eeuwigheid
Preek
Zingen: lied 525, Wij willen de bruiloftsgasten zijn
Voorganger: 1,2,3. Allen: 4,5
1 Wij willen de bruiloftsgasten zijn van Kana in Galilea.
Wij drinken daar van de bruiloftswijn.
Wij willen van harte vrolijk zijn
met Jezus en met Maria.
2 Maria sprak in bekommerdheid:
er is niet genoeg te drinken.
Maar Hij zei: nog is het niet mijn tijd.
Zij wist in haar hart: Hij is bereid,
en zal het ons zeker schenken.
3 En toen de maaltijd ten einde liep,
zag Hij naar de lege vaten,
en deed ze vullen door die Hij riep,
en scheppen wat Hij te drinken schiep.
Zij proefden: wijn was het water.
4 Wij mogen met Jezus gezeten zijn
te Kana tussen de gasten.
Een ander schenkt eerst de goede wijn
en drinkt de mindere op het eind.
Hier komt het beste het laatste.
5 Wij zijn op het bruiloftsfeest genood
met Jezus en met Maria.
Hij draagt ons over de watervloed
en laaft ons hart met zijn hartebloed
te Kana in Galilea.
Gebeden
Wij vieren de maaltijd van de Heer
Zingen: Wij komen naar uw tafel, Heer (mel. Psalm 100, Juicht Gode toe)
Wij komen naar uw tafel, Heer
en leggen onze gaven neer.
Gij wacht ons op als disgenoot
in tekenen van wijn en brood.
De volle korrel van het graan
wordt diepste zin van ons bestaan,
als Gij getrouw in brood en wijn
opnieuw bij ons te gast wilt zijn.
Met U verbonden door de Geest
vieren wij blij en dankbaar feest.
Ons hart is open, Heer, voor U.
Wil met ons delen, hier en nu.
V. Hier zijn wij, Heer
met onze vuile handen,
met onze kleine harten,
met ons verlangen
naar wat waar is, echt en zinvol.
Hier zijn wij, Heer, soms mismoedig en machteloos,
oppervlakkig en cynisch,
maar soms ook geraakt
door een woord, een gebaar,
van een mens, die ons herinnert aan U,
Uw liefde en ontferming.
Hier zijn wij, Heer
mensen in het spoor van Jezus,
die in de nacht waarin Hij werd overgeleverd
met zijn vrienden maaltijd hield.
Zingen: Hij nam het brood. En wat Hij deed?
(mel. Lied 655 – Zing voor de Heer een nieuw gezang)
Hij nam het brood. En wat Hij deed?
Dit is mijn lichaam, neemt en eet.
Doet dit tot mijn gedachtenis
en leef zolang er leven is.
Hij nam de beker met de wijn:
Mijn bloed zal tot vergeving zijn
van al uw kwaad en uw tekort,
opdat gij nieuwe mensen wordt.
Gebed om de Heilige Geest
V: Zend dan, o God Uw Geest in ons midden
en versterk in ons allen de hoop en de liefde.
Dat wij deel zullen nemen aan uw grote bruiloftsfeest,
vreugde brengend waar schraalheid heerst
en de warmte van uw wijn waar het kil is.
Dat wij Jezus, het brood des levens, tot ons nemen
en delen waar honger is naar vrede en gerechtigheid.
En zoals het brood, dat wij delen,
was verstrooid over de velden,
werd samengebracht en één is geworden,
breng zo Uw gemeente, van heinde en ver, in Uw rijk van vrede.
Verenigd in dezelfde geest bidden wij:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen
Vergeving en verzoening
V: Voordat ik kan ontvangen brood en wijn
en delen in de maaltijd van de Heer,
erken ik wat er donker is in mij en leg dat neer.
Het woord van steun en troost dat ik niet sprak,
de hand die ik in trots niet reiken kon,
de vriendschap die in drukte onderging – ik leg het neer.
Mijn blik, soms onverschillig afgewend,
mijn wil zo fel aan anderen opgelegd,
elk spottend woord waarmee ik heb gekwetst – ik leg het neer.
V: In deze kring ziet Christus zelf mij aan
ALLEN: IK VRAAG EN SCHENK VERGEVING IEDER HIER.
V: Dat alles wat zijn vrede tegenwerkt wordt neergelegd.
Vredegroet
V: Als mensen van God leven wij van vergeving en verzoening. Als teken daarvan geven we de mensen om ons heen een hand en zeggen:
De vrede van Christus!
Nodiging
V: Nu strekken wij naar Jezus,
gastheer van het grote bruiloftsmaal,
onze handen uit, naar alles wat Hij geven wil:
vergeving en verzoening,
brood dat leven geeft,
wijn die het hart verwarmt.
In deze tekenen wil de Heer bij ons zijn.
Komt dan, want wij mogen allen delen hiervan.
Delen van brood en wijn
Tijdens de deling luisteren we naar orgelmuziek
Dankgebed
We gaan staan
Slotlied: lied 653: 2, 5, 7
2 Gij zijt het brood van God gegeven,
de spijze van de eeuwigheid;
Gij zijt genoeg om van te leven
voor iedereen en voor altijd.
Gij voedt ons nog, o hemels brood,
met leven midden in de dood
5 Gij zijt de wijnstok van het leven
in duizend ranken uitgebreid,
het leven, ons in U gegeven,
draagt goede vruchten op zijn tijd.
Laat ons uw ranken zijn voorgoed,
doorstroom ons met uw hartenbloed.
7: O Christus ons van God gegeven
Gij tot in alle eeuwigheid
de weg, de waarheid en het leven,
Gij zijt de zin van alle tijd.
Vervul van dit geheimenis
uw kerk die in de wereld is.
Zegen
Gemeente: amen. amen
Bij de uitgang wordt er gecollecteerd voor
-MWG
-de kerk
Ambtsdragers: Luuk Houkes, Greet De Vries, Elly Zubler, Gerrit Rigterink, Henny Habing, Ellen Sonneveld
Organist: Martin de Ruiter
Beamer/camera: Bé Hazelaar, Annet Veuger
Kindernevendienst: Grietje Mulder
Kosters: Dinie Boode en Cobie Ouwerkerk
