Protestantse Gemeente Sleen

          Protestantse Gemeente Sleen

      Pasen 2026

5 april 2026

We komen binnen in Gods huis

Lied van de week: lied 626: 1,2,3,4, Ik zoek mijn Heer, het graf is leeg

1. Ik zoek mijn Heer, het graf is leeg,

de lente bloeit maar antwoordt niet.

Er is geen troost voor mijn verdriet:

de Heer is weg!

2. Wie ik ontmoette sprak ik aan,

de enge͜len wenkten bij het graf,

maar niemand die mij antwoord gaf.

Waar is Hij dan?

3. Daar komt een man. De hovenier!

– mijn ogen zijn van tranen blind –

‘Wijs mij de plaats, waar ik Hem vind.

Hij is niet hier.’

4. ‘Maria!’ zegt Hij, en terstond,

ik zag Hem niet, maar aan zijn stem,

dezelfde steeds, herkende͜ ik Hem,

toen Hij mij vond.

Welkom

De lichten worden ontstoken

Muziek tot eer van God: Frans en Renate spelen:

We gaan staan

Bemoediging

V:         De Heer is opgestaan!

allen: De Heer is waarlijk opgestaan!

Zingen: lied 630,  Sta op een morgen ongedacht

1 Sta op! Een morgen ongedacht,

Gods dag is aangebroken,

er is in één bewogen nacht

een nieuwe lente ontloken.

Het leven brak door aarde en steen,

uit alle wond’ ren om u heen

spreekt, dat God heeft gesproken.

2 Hij heeft gezegd: Gij mens, kom uit,

open uw dode oren;

kom uit het graf dat u ontsluit,

kom uit en word geboren!

Toen heeft zich in het vroegste licht

de nieuwe Adam opgericht,

ons allen lang tevoren.

3 Al wat ten dode was gedoemd

mag nu de hoop herwinnen;

bloemen en vogels, alles roemt

Hem als in den beginne.

Keerde de Heer der schepping weer,

dan is het tevergeefs niet meer

te bloeien en te minnen.

4 Sta op! – Hij gaat al voor ons uit,

de schoot van ’t graf ontkomen.

De morgen is vol nieuw geluid, -

werp af uw boze dromen.

Waar Hij, ons Hoofd, is voorgegaan,

is voor het lichaam nu vrij baan

naar een bestaan volkomen.

                                                                                                                                                                                                         We gaan zitten

Kyriegebed

Zingen Glorialied:  lied 624, Christus onze Heer verrees

Christus onze Heer verrees. Halleluja
Heil'ge dag na angst en vrees. Halleluja
Die verhoogt werd aan ’t kruis. Halleluja
bracht ons in Gods vrijheid thuis. Halleluja

Prijs nu Christus in ons lied. Halleluja
Die in heerlijkheid gebiedt. Halleluja
Die aanvaardde kruis en graf. Halleluja
Dat Hij zondaars 't leven gaf. Halleluja

Maar zijn lijden en zijn strijd. Halleluja
Heeft verzoening ons bereid. Halleluja
Nu is Hij der heem'len Heer. Halleluja
Eng'len juub'len hem ter eer. Halleluja

Het licht (Uitleg bij de nieuwe paaskaars)

Zingen: lied 637 O vlam van Pasen (mel: Daar juicht een toon)

1 O vlam van Pasen, steek ons aan,

de Heer is waarlijk opgestaan!

De Zoon, voor wie het duister zwicht,

de Zoon is als de zon, zo licht!

2 De Vader laat niet in het graf

zijn kind dat zoveel vreugde gaf,

Hij tilt het uit de kille grond –

het loopt als vuur de wereld rond.

3 De oude nacht voorgoed gedood,

de toekomst kleurt de morgen rood;

ziehier hoe God vergevend is

en hoe zijn liefde levend is.

4 Ziehier het licht van lange duur,

ziehier de Zoon, de zon, het vuur;

o vlam van Pasen, steek ons aan –

de Heer is waarlijk opgestaan!

Groet

V: De Heer zij met u

A: OOK MET U ZIJ DE HEER

Gebed van zondag

Tijd voor de kinderen

Zingen: Het lied van Mirjam en Micha

Lezen: exodus 14: 9-14

De Egyptenaren achtervolgden hen, en haalden hen in bij Pi-Hachirot, waar het volk van Israël zijn kamp had opgeslagen, dicht bij de zee, tegenover Baäl-Sefon. Toen de Israëlieten de farao zagen naderen, met al zijn paarden, wagens en ruiters en al zijn voetvolk, werden ze doodsbang en riepen ze de HEER luidkeels om hulp. 11 Ze zeiden tegen Mozes: ‘Waren er soms in Egypte geen graven, dat u ons hebt meegenomen om in de woestijn te sterven? Hoe kon u ons dit aandoen! Waarom hebt u ons uit Egypte weggehaald? 12 Hebben we niet al in Egypte gezegd: “Laat ons toch met rust, laat ons maar als slaven voor de Egyptenaren werken, want dat is altijd nog beter dan om te komen in de woestijn”?’ 13 Maar Mozes antwoordde het volk: ‘Wees niet bang, wacht rustig af. Dan zult u zien hoe de HEER vandaag voor u de overwinning behaalt. De Egyptenaren die u daar nu ziet, zult u hierna nooit meer terugzien. 14 De HEER zal voor u strijden, u hoeft zelf niets te doen.’

Zingen: psalm 118:1, 3, Laat ieder 's Heren goedheid prijzen

Laat ieder 's Heren goedheid prijzen,
zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Laat, Israël, uw lofzang rijzen:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Dit zij het lied der priesterkoren:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.
Gij, die den Heer vreest, laat het horen:
Zijn liefde duurt in eeuwigheid.

t Is beter bij de Heer te schuilen
dan dat men bouwt op man en macht.
't Is beter bij de Heer te schuilen
dan dat men hulp van vorsten wacht.
Toen ik mij wenden kon noch keren,
omsloten door der volken ring,
doorbrak ik in de naam des Heren
de knellende omsingeling.

Lezen: Johannes 20, 1-18

Op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria van Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen voor het graf was weggehaald. 2 Ze liep snel weg, naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze Hem nu neergelegd hebben.’ 3 Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. 4 Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. 5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. 8 Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. 9 Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan. 10 De leerlingen gingen terug naar huis.

11 Maria stond bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, 12 en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. 13 ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze Hem hebben neergelegd.’ 14 Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. 15 ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u Hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u Hem hebt neergelegd, dan kan ik Hem meenemen.’ 16 Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dit Hebreeuwse woord betekent ‘meester’.) 17 ‘Houd Me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zeg tegen hen dat Ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ 18 Maria van Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat Hij tegen haar gezegd had.

Zingen: lied 626: 5,6,7,8, Nu weet ik het, ik zie Hem staan

5. Nu weet ik het, ik zie Hem staan en nader Hem. Ik heb Hem weer!

Hij antwoordt mij, in zacht verweer:

‘Raak Mij niet aan

6. Ik ben er niet voor u alleen, mijn and͜ere broeders zijn er nog,

reeds vaar ik op tot God omhoog.

Ga! Zeg het hun!’

7. Getroost, gehoorzaam, ging ik heen en bracht de boodschap rond met spoed:

Hij zocht en kende mij voorgoed,

en iedereen!

8. De Heer is waarlijk opgestaan! Dat weten wij, dat zingen wij.

Hij leeft! Hij komt tot u en mij:

Hij raakt ons aan!

Preek

Zingen: lied 633, De lichtvorst, de ontluisterde

2 De glorie van de dageraad
verleent een hof zijn pracht
geweken is het rouwgewaad,
de smartelijke nacht.

3 Nu ons een licht is opgegaan,
gewenteld onze steen,
komen wij oog in oog te staan,
niet langer dood-alleen.

4 O teken dat zijn handpalm siert,
zijn hartstreek en zijn voet,
zijn onmacht heeft gezegevierd,
de onschuld van zijn bloed.

5 De liefde toont zijn aangezicht,
een zonnelied breekt aan
vandaag zien wij het levenslicht,
de Heer is opgestaan.

Dankgebed en voorbeden, Onze Vader

Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden
zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit
tot in eeuwigheid. Amen

we gaan staan

Slotlied: lied 634, U zij de glorie

2 Licht moge stralen in de duisternis,

nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.

Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,

wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, U zij alle eer!

Zegen

G: antwoordt met:

Orgelspel

Bij de uitgang wordt gecollecteerd voor:

-Kerk in actie

-Kerk

Muziek: Karin Heeling- Uenk en Renate en Frans Breukelman

Ambtsdragers: Dineke Hordijk, Hennie Habing, Renate Breukelman, Ellen Sonneveld

Beamer: Femmy Dijks, camera: Hans vd Heijden

Kosters: Jan en Aukje Ziengs